checklist

Van passief naar actief

Geen categorie

De passieve of lijdende vorm: een van de grootste boosdoeners in een moeilijk lezende tekst. Zorg daarom zo veel mogelijk voor bedrijvende, oftewel actieve vormen.

Wanneer staat een zin in de bedrijvende en wanneer juist in de lijdende vorm? Een voorbeeld:

Bedrijvend
Ik schrijf een boek.

‘Ik’ is hierbij het onderwerp en ‘schrijf’ het zelfstandig werkwoord, een vervoeging van ‘schrijven’.

Lijdend
Een boek wordt door mij geschreven.

Het zelfstandig werkwoord ‘schrijf’ is hier het voltooid deelwoord ‘geschreven’ geworden. Bij zo’n voltooid deelwoord komt altijd het hulpwerkwoord ‘worden’ of ‘zijn’, of vervoegingen daarvan. Het onderwerp ‘ik’ is veranderd in ‘door mij’. Dit noem je een ‘door-bepaling’.

In de bedrijvende zin ligt de nadruk op het onderwerp ‘ik’. In de lijdende zin ligt deze op ‘boek’. Omdat dit niks ‘doet’, heet de lijdende vorm ook wel passieve vorm.

Bij de passieve vorm staat de zaak voorop. Bij de actieve vorm is dat de ‘handelende persoon’.

(Tussen aanhalingstekens omdat die persoon ook een ‘ding’ kan zijn. Ook bijvoorbeeld een regel, wet of bank zijn onderwerpen die iets kunnen ‘doen’, bijvoorbeeld: Deze regel schrijft voor…)

Nog een voorbeeld van een passieve en actieve vorm:

Passief
Het bedrag wordt niet uitgekeerd.

Hier ontbreekt het onderwerp. Maar als het onderwerp bekend én relevant is, moet je het gebruiken.

Actief
De verzekeraar keert het bedrag niet uit.

Het probleem van de lijdende vorm
Lezersonderzoek wijst uit dat actieve zinnen makkelijker lezen. Ze maken meteen duidelijk wie wat doet. Daardoor komen ze ook levendiger over. Bovendien zijn ze korter.

Lijdende zinnen zijn afstandelijker. Ze veroorzaken ook ingewikkelde zinsconstructies.

‘Men’
Schrijvers gebruiken wel eens ‘men’ als alternatief voor de lijdende vorm. Vermijd dit woord. ‘Men’ is namelijk onpersoonlijk en heeft daardoor geen betekenis. Wie is ‘men’? Met ‘men’ weet de lezer nog steeds niet wie de handelende persoon is.

Dus niet:
Men wordt vriendelijk verzocht te gaan zitten.

Maar liever:
U wordt vriendelijk verzocht te gaan zitten.
Wij verzoeken u vriendelijk te gaan zitten.

Oefenen met de lijdende vorm
Door mij werd aangifte gedaan bij de politie.
                Ik deed aangifte bij de politie.

De fout werd gecorrigeerd door de secretaresse.
                De secretaresse corrigeerde de fout.

De garage kan worden bereikt via de ruimte tussen de gebouwen.
                De garage kun je bereiken via de ruimte tussen de gebouwen.

De schade wordt niet door de verzekering gedekt.
                De verzekering dekt de schade niet.

Het bedrag zal naar u worden overgemaakt.
                Wij maken het bedrag naar u over.

De schade is door uw handeling veroorzaakt.
                U hebt de schade veroorzaakt.

Contaminatie
Wanneer gebruik je ‘omdat’ en wanneer ‘doordat’?
Wanneer gebruik je ‘hun’ en wanneer ‘hen’?
Boek: Negen regels naar een duidelijke tekst
Training: Kei in taal

Reageer op dit artikel