blog

De afgelopen jaren hebben voor mij qua werkzaamheden veelal in het teken van de bouw van ons nieuwe gerechtsgebouw gestaan. Afspraken maken met externe partijen, overleggen plannen met niet alleen eigen collega’s, maar ook met mensen met wie ik normaal gesproken niet zoveel te maken zou hebben.

Ken jezelf

De contacten met managementassistenten van ‘vreemde bedrijven’ werden hierdoor bijna intenser dan die van mijn eigen werkplek. Als klap op de vuurpijl mocht ik af en toe een kijkje nemen in ‘de nieuwbouw’, zoals het project al snel bij iedereen in de mond lag. Gewapend met fototoestel en iPhone probeerde ik verslag te doen via een Twitter-account voor de collega’s die niet zo fortuinlijk waren om af en toe te mogen gluren in dat spiksplinternieuwe pand.

Iedereen was natuurlijk ontzettend nieuwsgierig naar de bouwvorderingen en via mijn foto’s probeerde ik die collega’s zo goed mogelijk op de hoogte te houden van alle perikelen rondom onze nieuwe werkplek. Ik vond het geweldig en barstte van de energie!

Eind mei was het eindelijk zo ver. Met onze neuzen stonden we tegen de deur van onze verhuisdatum gedrukt. Voordat we echter over konden moesten we – zoals bij iedere verhuizing het geval is – opruimen. Weggooien wat niet meer nodig is, bedenken of je bepaalde dingen echt wel nodig had in het nieuwe pand.

Ik raakte helemaal van slag. Ieder dag verzon ik een nieuw excuus om het opruimen uit te stellen en ik vluchtte als er kasten leeggeruimd moesten worden. Toen het tijd werd om onze verhuisbakken te vullen en bij iedereen de stemming richting euforisch steeg (want: eindelijk, eindelijk was het dan zo ver! We gingen allemaal naar dat gloednieuwe, bijzondere gebouw), zakte mijn stemming tot ver onder het vriespunt.
Ik hoorde mezelf mopperen tegen de aardigste collega’s en geregeld betrapte ik me op chagrijnige buien. Toen mijn naaste collega’s met een boog om me heen begonnen te lopen en ik van iemand terugkreeg dat ze mij nog nooit zo gezien hadden en ze zich afvroeg wat er met me aan de hand was, kon ik niet anders dan erkennen dat mijn talenten dan misschien wel in het organiseren en verbinden mogen liggen, maar beslist niet in het opruimen, inpakken en weggooien.

Gelukkig heb ik een collega die dit laatste juist weer heerlijk vindt. We besloten dus dat voornamelijk zij dit stuk van de verhuizing voor haar rekening zou nemen. Beter voor mij, beter voor de stemming op het werk.

Auteur Gwennie Benjamins

Hoewel het nooit écht de bedoeling was om managementassistente te worden, werkt Gwennie Benjamins alweer jarenlang als ‘rechterhand van’. Zo heeft ze menig manager bijgestaan. Sinds tien jaar is ze werkzaam in de rechtspraak, waarvan de laatste twee jaar bij het bestuurssecretariaat van de rechtbank in Breda. In haar vrije tijd schrijft ze veel (zie: www.gwennie.nl) en fotografeert ze alles wat los en vast zit.

Lees ook Gwennies andere recente blogs

Woordeloos
Zogenaamde digitale ‘vaardigheden’
“We zijn een soort harde schijf die nooit crasht”
Siri of een notitieboek
Bucketlist en Pinterest

Reageer op dit artikel