checklist

NLP: het metamodel

Persoonlijke ontwikkeling

Het NLP metamodel is een model om te achterhalen wat iemand precies bedoelt. Het is een heel nuttig en waardevol middel dat je in communicatie kunt inzetten. De resultaten zijn verbluffend.

NLP: het metamodel

Topje van de ijsberg

Bij communicatie (zie ook NLP communicatiemodel – deel 2 in deze serie) spelen er allerlei zaken door het hoofd van iemand. Maar die zaken worden niet expliciet vermeld. Vergelijk het met een ijsberg waarvan slechts het topje zichtbaar is. Dat is de oppervlaktestructuur. Het grootste gedeelte van de ijsberg zit onder water: de dieptestructuur.

Het onderwatergedeelte is een onbewust gedeelte. Hier zitten je waarden en normen, je overtuigingen en ervaringen. Deze zijn vaak onzichtbaar voor onze gesprekspartner. Vanuit de dieptestructuur vormen wij de oppervlaktestructuur. Onze taal komt tevoorschijn vanuit een onbewust gedeelte van ons brein.

En om die onbewuste taalpatronen bewust te maken, kun je het metamodel gebruiken.

Doel metamodel

Het doel van het metamodel is om via een set vragen de overstap te maken van wat er gezegd wordt (oppervlaktestrutuur) naar de onderliggende betekenis (dieptestructuur). Je gaat dus op zoek naar de ontbrekende informatie die door weglatingen, generalisaties en vervormingen verdwenen of verborgen is.

Met het metamodel krijg je helderheid

Door vragen te stellen uit het metamodel krijg je helderheid. Je gesprekspartner zal met voorbeelden en details komen zodat je beter begrijpt waar de situatie over gaat. Ook als iemand woorden gebruikt die je niet kent of begrijpt.

Je kunt het metamodel ook gebruiken om je eigen beperkende overtuigingen onder de loep te nemen. Bijvoorbeeld: je hebt de overtuiging dat je je werk altijd moet laten nakijken door een collega. Als je op deze overtuiging het metamodel toepast, kun je jezelf vragen: en als ik het een keertje niet doe, wat gebeurt er dan?

Stel dat je manager zegt: ‘We kunnen het team niet uitbreiden ondanks de werkdruk. We zullen manieren moeten vinden om efficiënter te werken.’ Dat is niet leuk om te horen, vooral omdat je waarschijnlijk al efficiënt en hard werkt. Je manager beschrijft zijn gedachte alleen vanuit de oppervlaktestructuur.

Wat er achter zijn woorden schuilt… is de dieptestructuur van zijn denken. Bijvoorbeeld: hij weet dat het budget krap is. Hij vroeg 6 maanden geleden om personeel maar dat werd geweigerd. Hij denkt dat zijn directeur zijn team niet op waarde schat. Hij heeft een hekel aan de directeur en vindt dat ze niet goed kunnen samenwerken.

Tips om achter de juiste informatie te komen

  • Luister aandachtig en nieuwsgierig naar de ander.
  • Stel vragen om weggelaten informatie boven water te krijgen.
  • Stel vragen als je hoort dat iemand iets invult voor een ander. Weet diegene dat wel zeker?
  • Wees scherp op generalisaties, vraag door of iets wel echt altijd of nooit is.

Metamodel

1 Ik moet… Wat gebeurt er als je niet…?
  Ik moet deze mail af hebben. Wat zou er gebeuren als je ‘m niet af had?
  Je hoort toch naar iemands privéleven te vragen? Wat gebeurt er als je niet naar iemands privéleven vraagt?
2 Ik kan niet… Wat weerhoudt je?
  Ik kan niet zomaar weglopen. Wat weerhoudt je om zomaar weg te lopen?
  Je mag niet ondankbaar zijn. Wat houdt je tegen om ondankbaar te zijn?
3 Vaag zelfstandig naamwoord Welke bedoel je?
  Managers willen flexibiliteit. Welke managers bedoel je precies?
  Mannen zijn ambitieus. Over welke mannen heb je het met name?
4 Vaag werkwoord Wat bedoel je precies?
  Managers willen flexibiliteit. Wat bedoel je precies met ‘flexibiliteit’?
  Mannen zijn ambitieus. Wat bedoel je precies met ‘ambitieus zijn’?
5 Weglating Ontbrekende deel vragen
  Ik ben kwaad. Kwaad op wie?
  Het is goed. Goed waarvoor?
6 Halve of impliciete vergelijking Andere helft vragen
  Overwerken is beter. Beter dan wat?
  Dit is echt mooi. Mooier dan wat?
7 Nominalisatie (van een levend proces een statisch ding maken) Hoe gaat dat proces precies?
  De beslissing ligt er. Wie heeft dat besloten en hoe precies?
  De angst vliegt mij aan. Wat maakt je bang, hoe precies?
8 Alles of niets-uitspraak Is er geen enkele uitzondering?
  Altijd moet ik het vuile werk doen. Is er in je hele leven niet een enkel vuil werkje geweest dat je niet hoefde te doen?
  Overal in het bedrijf zie je stress. Is er niet een enkel plekje in het hele bedrijf waar je geen stress ziet.
9 Oorzaak-gevolgbewering Hoe veroorzaakt het een het ander?
  Ons actieplan heeft de afdeling alerter gemaakt. Wat is precies het verband tussen jullie actieplan enerzijds en de alertheid van de afdeling anderzijds?
  Ik word kriegel van Betty’s arrogantie. Hoe precies maakt haar arrogantie je kriegel?
10 Gedachtelezen Hoe weet je dat?
  Bob mag mij niet. Hoe weet je dat?
  Haar baas bewondert haar. Waar leid je dat uit af?
11 Eeuwige waarheid (mening presenteren als feit) Wie beweert dat?
  Mark is een moeilijke jongen. Wie vindt Mark moeilijk?
  Verandering is een kwestie van sturing. Wie beweert dat?

Bron: Managementassistent en NLP | auteur: Kristine Ates

Volgende week lees je in deel 4 over het Miltonmodel dat inzicht geeft in het menselijke onbewuste. Eerdere delen:

Deel 1: Wat is NLP?
Deel 2: NLP communicatiemodel

Verdieping

In de training Managementassistent en NLP gaat Kristine Ates dieper in op de modellen die we in deze serie behandelen en laat ze je er ook mee oefenen. Daarnaast leert ze je ook hoe je het kunt gebruiken voor:

– feedback geven en ontvangen
– omgaan met lastige mensen
– het omgaan met emoties en
– omgaan met innerlijke conflicten en twijfelen

De 3-daagse training start op 14 september (28 september en 12 oktober). Ook op 20 november (4 en 18 december) kun je met deze training volgen.

 

Reageer op dit artikel