vraag & antwoord

Is het te veel of teveel?

Taal & Spelling

Kortgeleden hoorde ik iemand zeggen dat hij iets had uitgepluisd. Op weg naar huis hield het woord me bezig en ik wist het zeker: uitgepluisd is geen goed Nederlands. Het moet zijn uitgeplozen. Ik heb het zelfs gecheckt op www.woordenlijst.org. Grappig hoe zo’n woord je bezig kan houden. In deze Spelling en Taaltips vragen die jullie bezighouden.

Is het te veel of teveel?

Ik twijfel altijd of ik teveel aan elkaar moet schrijven of los, dus te veel 

Woorden als teveel, tegoed en tekort schrijf je als één woord als je daarmee het zelfstandig naamwoord bedoelt. Bedoel je te veel, te goed en te kort als een bijvoeglijk naamwoord, dan schrijf je te los van veel.

Ik geef je een paar voorbeelden: 

  1. Eet gezond, want van een tekort aan vitamines kun je ziek worden. 
    Ik heb die broek te heet gewassen. Nu is hij te kort geworden.
  2. Je kunt vrij beschikken over het tegoed op je bankrekening.
    Jij bent veel te goed voor je collega’s. Zij hebben hun eigen verantwoordelijkheden.
  3. Het te veel betaalde bedrag wordt binnen drie dagen teruggestort op uw rekening.
    Het teveel wordt binnen drie dagen teruggestort op uw rekening. 

Twijfel je toch of in jouw zin teveel of te veel juist is? Vervang het dan door te weinig. Kan het, dan moet je te veel gebruiken. Kan het niet? Dan is teveel correct. Wel zo makkelijk. 

Waarom is het de gebakken koekjes en de gemaakte afspraken?  

Het is inderdaad zo dat sommige werkwoorden wel een krijgen als je ze bijvoeglijk gebruikt, en andere niet. Dat lijkt vreemd, maar als je er wat beter naar kijkt, dan is het eigenlijk heel logisch.  

Het werkt als volgt: als het voltooid deelwoord van een werkwoord met een eindigt, dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord dat je ermee maakt ook die n. Kijk maar: 

  1. Ik heb heerlijke koekjes gebakken.
    Dus: De gebakken koekjes zijn heerlijk.
  2. We hebben een nieuwe afspraak gemaakt.
    Dus: De gemaakte afspraak.
  3. Zij heeft de race gewonnen.
    Dus: De gewonnen race.
  4. Die collega wordt zeer gewaardeerd.
    Dus: De gewaardeerde collega.

Twijfel je of het bijvoeglijk gebruikte werkwoord op een eindigt, vraag je dan af wat het voltooid deelwoord is. Eindigt dit op een dan eindigt het bijvoeglijk naamwoord ook op een n 

Wat is juist: Ik wil hem niet tekort doente kort doen of tekortdoen? Ik kom het in teksten op veel verschillende manieren tegen. 

Tekortdoen is een scheidbaar samengesteld werkwoord. De persoonsvorm van een scheidbaar werkwoord schrijf je in twee delen: Soms doe je iemand een beetje te kort. Maar het voltooid deelwoord moet je wel als een woord schrijven: We hebben allemaal weleens iemand een beetje tekortgedaan.  

Je kunt van een scheidbaar samengesteld werkwoord een afgeleid zelfstandig naamwoord maken. Dan schrijf je het woord helemaal aan elkaar. Dus: tekortkoming en tekortdoening.  

Scheidbare werkwoorden zijn een heel normaal verschijnsel in onze taal. Denk aan terugbellen, nakijken en opnemen.  

  1. Terugbellen: Ik bel je na de vergadering terug.
    En: Ik heb je een dag later teruggebeld.
  2. Nakijken: De lerares kijkt dezelfde dag de proefwerken nog na.
    En: De lerares heeft alle proefwerken dezelfde dag nagekeken.
  3. Opnemen: Als ze geen zin heeft om te praten, neemt ze de telefoon niet op.
    En: Ze heeft de hele dag de telefoon niet opgenomen. 

Kortom, het antwoord op jouw vraag is: Ik wil hem niet tekortdoen is de juiste schrijfwijze. 

Bronnen:  www.taaladvies.net & www.onzetaal.nl 

Word een kei in taal!

Training Spelling: basis (kei in taal) – leer precies die regels die je moet kennen om foutloos Nederlands te schrijven. Het is een intensieve training, maar na afloop ben jij zeker van je taal. Je weet dat jouw tekst foutloos is. Sterker, jij checkt wel even die tekst van je collega!

Andere vragen over spelling:

Reageer op dit artikel