Werkwoordspelling: hij beantwoord, hij beantwoort of hij beantwoordt?

Waar communicatietrainer Judith Winterkamp ook komt, overal hebben mensen moeite met de spelling van werkwoorden.

Onlangs gaf ik een training bij een middelgrote organisatie. De doelgroep was heel divers. Er zaten managementondersteuners in de groep, techneuten, adviseurs en commercieel medewerkers. Een gemêleerd gezelschap dus, maar met één overeenkomst: ze tobden allemaal met de werkwoordspelling.

Bekijk de volgende zin eens. Zijn de werkwoorden goed gespeld?

Beoordeel, na het lezen van het AVG-stappenplan, kritisch of je de persoonsgegevens op dit moment niet langer bewaart dan strikt noodzakelijk en of je voor een bepaald doel niet te veel gegevens verzameld. Aan het eind van deze tekst vind je het antwoord en de uitleg.

En? Hoeveel fouten heb je gevonden? Een? Twee? Of is de zin correct? De uitkomst: deze zin heeft één fout in de werkwoordspelling: verzameld moet je niet met een d maar met een t schrijven. Waarom? Omdat de zin in de tegenwoordige tijd staat en omdat het onderwerp je is.

Lees ook ons artikel over spelling oefenen voor professionals. Hoe is jouw beheersing van werkwoordspelling en het koppelteken?

Ezelsbruggetje voor tegenwoordige tijd

Weet je het ezelsbruggetje voor de tegenwoordige tijd (tt) nog? Heel simpel: je zet op de plek van het werkwoord waarvan je de juiste schrijfwijze wilt weten een vorm van het werkwoord lopen. Als de uitkomst loopt is, weet je dat er blijkbaar een t achter het werkwoord moet; is de uitkomst loop, dan hoeft dat blijkbaar niet.

Terug naar onze zin:

Beoordeel, na het lezen van het AVG-stappenplan, kritisch of je de persoonsgegevens op dit moment niet langer loopt (bewaart) dan strikt noodzakelijk en of je voor een bepaald doel niet te veel gegevens loopt (verzameld). Aan het eind van deze tekst loop (vind) je het antwoord en de uitleg.

Toegegeven, de vormen van lopen maken deze zin tot een rare tekst. Maar dat is niet belangrijk. Wat er wel toe doet, is dat je hoort dat er een t achter het werkwoord komt en géén d, zoals bij verzameld. Dat moet dus verzamelt zijn. Simpel toch?

Hoe herken je werkwoorden?

Natuurlijk moet je wel de werkwoorden herkennen om het trucje met lopen te kunnen toepassen. Opfrissertje: werkwoorden zijn de woorden die je kunt vervoegen. Je kunt ze bijvoorbeeld in een andere tijd zetten: hebben wordt hadden, vergaderen wordt vergaderden en lezen wordt lazen. Ook kun je ze omzetten van enkelvoud naar meervoud en andersom: ik eet wordt wij eten, jij vergadert wordt jullie vergaderen en hij leest wordt zij lezen.

Heb je het werkwoord herkend, dan check je de tijd waarin het staat. Staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd, dan zijn er drie mogelijkheden: het hele werkwoord (lopen), de stam (loop) en de stam + t (loopt).

Taaltestje

Hieronder staan tien zinnen. Zijn de werkwoorden goed geschreven? De antwoorden staan onder het doorleeskader.

  1. Weet jij wat er gebeurd als je de brief te laat beantwoord?
  2. Hij ontwikkeld leermethodes voor het agrarisch onderwijs.
  3. Ons kantoor is sinds 1 juli verhuist naar Wagenstraat 128 in Den Haag.
  4. Word je niet horendol van al dat slappe geklets?
  5. Zij is een slimmerik: ze studeert wis- én natuurkunde.
  6. “Wie word onze nieuwe notulist?”, wilde de voorzitter weten.
  7. Ik reken erop dat je alle uitgaven verantwoordt.
  8. Onze directeur is een echte taalvirtuoos; hij verwoordt zichzelf altijd prachtig.
  9. Wat word daar gezegd?
  10. Dat vergeeft hij haar nooit!

Leer meer

judith winterkampJudith Winterkamp is trainer en coach in zakelijke communicatie. Voor Management Support geeft zij schrijftrainingen als Creatief zakelijk schrijven, Kei in taal en Notuleren als een pro. Heb je een (taal)vraag, mail dan naar info@judithwinterkamp.nl.

Lees van Judith ook:

Antwoorden taalquiz:

  1. Weet jij wat er gebeurt als je de brief te laat beantwoordt?
  2. Hij ontwikkelt leermethodes voor het agrarisch onderwijs.
  3. Ons kantoor is sinds 1 juli verhuisd (hier werkt lopen niet omdat deze werkwoordsvorm een voltooid deelwoord is en niet in de tt tijdstaat) naar Wagenstraat 128 in Den Haag.
  4. Word je niet horendol van al dat slappe geklets?
  5. Zij is een slimmerik: ze studeert wis- én natuurkunde.
  6. “Wie wordt onze nieuwe notulist?”, wilde de voorzitter weten.
  7. Ik reken erop dat je alle uitgaven verantwoordt.
  8. Onze directeur is een echte taalvirtuoos; hij verwoordt zichzelf altijd prachtig.
  9. Wat wordt daar gezegd?
  10. Dat vergeeft hij haar nooit!