Wat ik leerde over presenteren: zie het als een driegangendiner

Management Support-hoofdredacteur Vera Bot schoof aan bij een workshop die haar uit de comfortzone trok. "Ik wilde leren presenteren zonder angst."

Krijg je koude rillingen als je het woord ‘presenteren’ hoort? Of zelfs al wanneer je moet spreken in een videocall met collega’s? Je bent niet de enige. Spreken voor een groep is voor velen een schrikbeeld. Dit geldt ook voor mij. In het kader van feel the fear and do it anyway besluit ik mee te doen aan een online workshop.

Zo’n online workshop via Teams, in mijn vertrouwde omgeving thuis, is een prettige en veilige manier om te oefenen met presenteren. Met alleen angstig zijn, kom ik immers niet verder. En ik zou graag wél zonder angst een presentatie houden.

“Volledig zonder angst of spanning presenteren is een illusie,” zegt trainer Jette van den Berg. “Maar het maakt al heel veel uit als je anders over die spanning denkt. Zie de angst als opwinding of gezonde spanning die erbij hoort en die je zelfs helpt om scherp en alert te zijn als je spreekt.”

Ook hoef je echt geen volleerd TED-spreker te zijn om een prima presentatie te geven, stelt Jette de groep gerust. “Blijf vooral jezelf. Word geen kloon van iemand anders. Blijf dicht bij jezelf en je natuurlijke manier van vertellen. Dat past bij jou.”

Ik zie de andere deelnemers opgelucht ademhalen achter het beeldscherm. De zenuwen verdwijnen en ja, het voelt steeds meer als opwinding: ik kijk er zelfs naar uit om de oefeningen te doen en iets nieuws te proberen van achter mijn eigen scherm.

In deze online workshop zullen we sowieso vooral complimenten krijgen en horen wat er goed gaat. Daarnaast krijgen we tips voor verbeteringen. Jette vult aan: “Er gaat vaak al veel wél goed bij hoe mensen spreken en presenteren.”

Presenteren gaat vooral om hóé je iets vertelt

In een presentatie wil je je boodschap helder overbrengen. Jouw boodschap moet landen bij het publiek. Het gaat daarbij niet eens zozeer om wát je vertelt, maar veel meer om hóé je dit vertelt. En dat doe je bijvoorbeeld door voldoende pauzes te nemen en de rust te bewaren.

Ook je toonhoogte, mimiek in je gezicht en lichaamstaal spelen mee. Als je de rust bij jezelf weet te bewaren, je ademhaling in orde is, breng je die rust over op je publiek. Ook als je in een videocall aan het woord bent of een korte pitch geeft.

Praktische tips voor een (online) meeting en presentatie:

  • Zorg dat je goed in beeld bent, met licht op je gezicht, en kijk zoveel mogelijk in de camera (dan kijk je mensen aan). Zorg voor een rustige achtergrond.
  • Gebruik je handen voor visuele ondersteuning.
  • Neem pauzes: laat je argumenten landen door bewust te pauzeren.
  • Zorg voor energie: varieer in spreektempo en toonhoogte, denk aan je mimiek.
  • Accepteer zenuwen: zie het als gezonde spanning.
  • Noteer je adempauzes eventueel in je aantekeningen.

Moeite met aankaarten?

Lees onze vijf tips om jouw manager om een opleiding te vragen.

Structuur aanbrengen in je presentatie

Geef je een presentatie, dan vertel je eigenlijk een verhaal. En een verhaal valt of staat met structuur. Structuur helpt niet alleen de spreker zelf, maar ook de luisteraar. Een goed opgebouwd verhaal zorgt voor rust en duidelijkheid, en dat is prettig voor je publiek.

Heb je een structuur, dan kun je teruggrijpen op wat je eerder vertelde of nog gaat vertellen met zogenaamde ‘ankers’. Dit zijn zinnen die je er tussendoor weeft om de luisteraar te helpen:

  • Ik neem jullie mee…
  • De conclusie is…
  • Last but not least…
  • Even terug naar…

Presentatie als driegangendiner

Jette ziet een presentatie als een maaltijd met een voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht. Met het voorgerecht maak je de luisteraar lekker, hij wil meer. Het hoofdgerecht is de hoofdboodschap van je betoog. Met het nagerecht sluit je zó af, dat je boodschap ook blijft hangen. Met een duidelijke structuur houd je de luisteraar geïnteresseerd en betrokken.

Voorgerecht: met een smakelijke opening krijgt je publiek zin in méér.

Maak eerst contact met je publiek. Zo kunnen ze aan jou wennen, aan hoe je eruitziet, hoe je praat. Ze kunnen even ‘landen’. En jij kunt ervoor zorgen dat ze openstaan voor jouw verhaal, het hoofdgerecht. Deze opening kun je op verschillende leuke manieren doen:

  • Vertel een persoonlijke anekdote. Gebruik je zintuigen voor jouw persoonlijke schets.
  • Stel een (gesloten) vraag. Prikkel, laat je publiek aanhaken. Of stel de vraag op deze manier: “Steek je hand op als…” Of stel je vraag aan iemand persoonlijk: “Saskia, wat…” Zo activeer je je publiek en zullen ze actiever luisteren. Dit activeert de hele groep en zorgt voor interactie. –
  • Noem een opmerkelijk feit, een percentage, iets interessants en verrassends. Laat dan een pauze vallen, dan heeft het meer impact.
  • Uitdaging: geef eens een opdracht. “Sta op en…”

Ikzelf koos voor de uitdaging en liet de andere deelnemers opstaan achter hun bureau en drie keer springen. (En ja, dat was zeker een beetje vreemd, maar… het werkte! Omdat het iets geks was, kwam er energie vrij, iedereen lachte en was ‘erbij’.)

Het hoofdgerecht is een piramide.

De hoofdboodschap van jouw verhaal kun je zien als een piramide met drie lagen. Met bovenaan je hoofdboodschap, op de tweede laag je argumenten en in de onderste laag de ondersteunende data. Dit zijn de cijfers waarmee je jouw betoog ondersteunt.

Nu gaat het in de workshop niet om een échte presentatie, het is meer ‘droogzwemmen’: oefenen om te spreken voor een groep. Het hoofdgerecht bestond uit een stelling, drie argumenten en drie feiten als ondersteunende data.

Het nagerecht zorgt dat je boodschap beklijft.

Het nagerecht is de uitsmijter en is maar heel kort. Het kan iets ludieks zijn, maar je kunt ook nog even teruggrijpen naar het voorgerecht om je verhaal af te ronden. Punt is om je verhaal nog een laatste zet te geven zodat het blijft hangen bij de luisteraar.

Zelf ben je waarschijnlijk het meest kritisch op hoe je overkomt en presenteert. Daarom was het plezierig om in een warme, niet oordelende groep en met een fijne trainer te oefenen en positieve feedback te krijgen.

En ging het mis? Ja hoor, ik raakte een keer de draad kwijt aan het einde van mijn betoog. Was dat erg? Nee, ik benoemde dat ik vastliep, haalde diep adem en liet de volgende deelnemer aan het woord. Don’t be afraid to fail, be afraid not to try!

Lees ook:

Online presenteren? Doe alsof je een Netflix-serie bent.

Ondersteuner, treed meer op de voorgrond bij het presenteren.

Visueel presenteren: zo doe je het beter dan collega’s.