Spelling oefenen voor professionals: alle oefeningen

Wil je jouw spelling oefenen om foutloos zakelijke brieven en e-mails te schrijven? Doe de spellingoefeningen van communicatietrainer Judith Winterkamp.

Spelling oefenen: d, t of dt?

Wil je de spelling oefenen van werkwoorden in de tegenwoordige tijd, dan is hier een ezelsbruggetje voor. Op de plek van het werkwoord waar je over twijfelt, zet je een vorm van het werkwoord lopen. Als de uitkomst ‘loopt’ is, moet er blijkbaar een t achter het werkwoord. Is de uitkomst ‘loop’, dan hoeft dat niet.

Nu gaan we oefenen. Hieronder staan tien zinnen. Zijn de werkwoorden goed geschreven? De antwoorden staan onder het kadertje.

  1. Weet jij wat er gebeurd als je de brief te laat beantwoord?
  2. Hij ontwikkeld leermethodes voor het agrarisch onderwijs.
  3. Ons kantoor is sinds 1 juli verhuist naar Wagenstraat 128 in Den Haag.
  4. Word je niet horendol van al dat slappe geklets?
  5. Zij is een slimmerik: ze studeert wis- én natuurkunde.
  6. “Wie word onze nieuwe notulist?”, wilde de voorzitter weten.
  7. Ik reken erop dat je alle uitgaven verantwoordt.
  8. Onze directeur is een echte taalvirtuoos; hij verwoordt zichzelf altijd prachtig.
  9. Wat word daar gezegd?
  10. Dat vergeeft hij haar nooit!

Meer spelling oefenen? Lees ook de uitgebreide uitleg en meer: Werkwoordspelling: hij beantwoord, hij beantwoort of hij beantwoordt?

Heb je niet gespiekt? Hier zijn de antwoorden:

  1. Weet jij wat er gebeurt als je de brief te laat beantwoordt?
  2. Hij ontwikkelt leermethodes voor het agrarisch onderwijs.
  3. Ons kantoor is sinds 1 juli verhuisd naar Wagenstraat 128 in Den Haag.
  4. Word je niet horendol van al dat slappe geklets?
  5. Zij is een slimmerik: ze studeert wis- én natuurkunde.
  6. “Wie wordt onze nieuwe notulist?”, wilde de voorzitter weten.
  7. Ik reken erop dat je alle uitgaven verantwoordt.
  8. Onze directeur is een echte taalvirtuoos; hij verwoordt zichzelf altijd prachtig.
  9. Wat wordt daar gezegd?
  10. Dat vergeeft hij haar nooit!

Oefening in spelling: dichtbij of dicht bij?

Dichtbij en dicht bij zijn allebei foutloos Nederlands. Het ligt maar net aan de betekenis van de zin. Gebruik je het woord zelfstandig, dan is dichtbij de juiste vorm. Hoort ‘dicht bij’ bij het woord erna, dan schrijf je het los. Kijk maar eens naar deze zinnen:

  • Van dichtbij lijkt hij ouder dan van veraf.
  • Ik ben mijn bril voor dichtbij kwijt.
  • Zij wil graag dicht bij de uitgang zitten.
  • Mijn moeder wil graag dicht bij haar ouders wonen.

Klaar om te oefenen? Hieronder staan zes zinnen, Welke spelling is juist? Antwoorden vind je weer onder het kadertje.

  1. Onze hond slaapt het liefst onder aan/ onderaan de trap.
  2. Mijn zus zit midden in/ middenin de puberteit.
  3. Iedereen moet onder aan/ onderaan beginnen.
  4. Spring maar achter op/ achterop.
  5. Hij zit er midden in/ middenin.
  6. Ik zit liever niet achter op/ achterop die gammele fiets.

Meer spelling oefenen? Lees ook de uitgebreide uitleg en meer: Is sluipreclame een woord? Is het dichtbij of dicht bij? Inge’s boek of Inges boek?

Dit is de correcte spelling:

  1. Onderaan
  2. Midden in
  3. Onderaan
  4. Achterop
  5. Middenin
  6. Achter op

spelling oefenen

Meer spelling oefenen: koppelteken of aan elkaar?

“Ik moet een mail schrijven aan onze oud leerlingen, oudleerlingen of oud-leerlingen. Maar hoe moet ik dat woord schrijven?”

Als oud de betekenis van ‘voormalig’ heeft en het komt voor een persoonsaanduiding te staan, dan moet je een streepje zetten tussen oud en die persoonsaanduiding. De enige juiste schrijfwijze is dus oud-leerlingen. Maak je met oud-leerlingen een nieuwe samenstelling, dan blijft het streepje staan: oud-leerlingenraad en oud-wielrennersploeg.

Dat geldt niet voor het woord oudpapieractie. Oud moet in deze samenstelling direct vast aan het woord dat erop volgt. In dit geval papier. We hebben het hier namelijk over ‘lange’ samenstellingen.

Zie jij het verschil? Hier zijn weer tien oefeningen. De antwoorden staan onder het doorleeskader.

  1. oud-collega, oudcollega, oud collega
  2. Oudjaar of oud jaar
  3. Oudnederlands, Oud-nederlands, Oud-Nederlands, Oud Nederlands
  4. oudfractievoorzitter, oud-fractievoorzitter, oud fractievoorzitter
  5. oudNederlandse versjes, oud Nederlandse versjes, oud-Nederlandse versjes
  6. oud gediende, oudgediende, oud-gediende
  7. oudpapierophaalploeg, oud-papierophaalploeg, oud papier ophaalploeg
  8. oud geld, oudgeld, oud-geld
  9. oud-geldmilieu, oud geldmilieu, oudgeldmilieu
  10. oud-Kamerlid, oud Kamerlid, oudKamerlid

Meer spelling oefenen? Lees ook de uitgebreide uitleg en meer: Kun jij deze 10 woorden goed spellen?

Dit is de juiste spelling:

  1. oud-collega
  2. Oudjaar
  3. Oudnederlands
  4. oud-fractievoorzitter
  5. oud-Nederlandse versjes
  6. oudgediende
  7. oudpapierophaalploeg
  8. oudgeld
  9. oudgeldmilieu
  10. oud-Kamerlid

spelling oefening

Nog één spellingoefening dan: aan elkaar of los?

“Ik twijfel altijd of ik ‘nietwaar’ aan elkaar moet schrijven of als twee woorden. Of mag ik dat zelf bepalen?”

Woorden als nietwaar / niet waar schrijf je als twee woorden als je de letterlijke betekenis bedoelt. Dat klinkt ingewikkeld, maar dat is het niet hoor. Kijk maar eens naar deze voorbeelden:

  • Wat jij daar zegt, is volgens mij niet waar. (niet waar = niet de waarheid)
  • Die vergadering verliep lekker vlotjes, nietwaar? (nietwaar = vind je ook niet?)

Heb je er nog zin in? Hier zijn nog dertien zinnen, kies de correcte spelling. Je weet waar de antwoorden staan.

  1. Die kerel is allesbehalve / alles behalve vriendelijk.
  2. Ik heb tenminste / ten minste 100 euro op mijn rekening staan.
  3. Teneinde / ten einde van deze bijeenkomst bedanken we u voor uw aanwezigheid.
  4. Het was niet aardig wat ik deed, maar jij hebt je evengoed/ even goed niet prettig gedragen.
  5. Dat is een reden temeer / te meer om niet op te geven.
  6. Hoeveel tegoed / te goed heb jij bij die bank?
  7. Teneinde / ten einde u te kunnen helpen, heb ik meer gegevens nodig.
  8. Hij heeft allesbehalve / alles behalve de groente opgegeten.
  9. Ach, hij heeft tenminste / ten minste schuld bekend.
  10. Ik heb evengoed / even goed gekeken hoe die kast gemonteerd is.
  11. We hebben tenslotte / ten slotte allemaal weleens een dipje.
  12. Ik ben erg blij met je cadeau, temeer / te meer omdat ik weet dat je krap bij kas zit.
  13. Jij bent tegoed / te goed voor deze wereld.

Meer spelling oefenen? Lees ook de uitgebreide uitleg en meer: Is het polshoogte nemen of poolshoogte nemen? Woon je ín of óp Curaçao?

  1. Die kerel is allesbehalve vriendelijk.
  2. Ik heb ten minste 100 euro op mijn rekening staan.
  3. Ten einde van deze bijeenkomst bedanken we u voor uw aanwezigheid.
  4. Het was niet aardig wat ik deed, maar jij hebt je evengoed niet prettig gedragen.
  5. Dat is een reden te meer om niet op te geven.
  6. Hoeveel tegoed heb jij bij die bank?
  7. Teneinde u te kunnen helpen, heb ik meer gegevens nodig.
  8. Hij heeft alles behalve de groente opgegeten.
  9. Ach, hij heeft tenminste schuld bekend.
  10. Ik heb even goed gekeken hoe die kast gemonteerd is.
  11. We hebben tenslotte allemaal weleens een dipje.
  12. Ik ben erg blij met je cadeau, temeer omdat ik weet dat je krap bij kas zit.
  13. Jij bent te goed voor deze wereld.

Meer leren?

judith winterkampJudith Winterkamp is trainer en coach in zakelijke communicatie. Voor Management Support geeft zij schrijftrainingen als Creatief zakelijk schrijven, Kei in taal en Notuleren als een pro. Heb je een (taal)vraag, mail dan naar info@judithwinterkamp.nl.

Lees van Judith ook: